door: Marjon Kuijers
Het zou zo mooi zijn als elke musicus zodanig vertrouwd is met zijn lichaam
dat het instrument een verlengstuk wordt van zijn lijf.
Bij de een zit het instrument als gegoten, in harmonie.
Maar bij anderen wordt er een soort gevecht geleverd, een strijd met het lijf.
En wat dan zo jammer is dat het lichaam niet als vriend, maar als vijand wordt benaderd.
Maar je hebt je lijf nodig om te kunnen musiceren. Zonder lijf, geen muziek.
Als de muziek door kan stromen in het lichaam is dit voor toekomstige musici een groot voordeel, want zij kunnen vrijer spelen en zullen veel minder hinder ondervinden van lichamelijke problemen.
Binnen het vakonderwijs op de conservatoria kan hier een belangrijke taak liggen.
De gezondheidszorg voor de jonge musicus zou op een hoger pijl gebracht moeten worden en gelukkig krijgt dit ook steeds meer aandacht binnen conservatoria en op muziekscholen.
Niet zo verwonderlijk wanneer je bedenkt dat Nederland 20.00- 25.00 beroepsmusici telt.
Het blessure –risico voor musici betreffende arbeidsgerelateerde klachten ten aanzien van het
steun- en bewegingsapparaat is ongeveer 60 %. De meeste klachten blijken voor te komen bij strijkers (46%), m.n. de violisten en bij pianisten(20%).
Veelal zijn dit klachten in het bovenlichaam: de rug, schouders, nek tot aan de vingers.
Klachten hangen vaak samen met een insufficiënte speelhouding, spanning,
instrument- techniek of een combinatie van al deze factoren( A.B.M. Rietveld).
Preventie zou veel leed voor toekomstige musici kunnen voorkomen.
Hoe kunnen we de toekomstige musicus stimuleren om beter voor zijn lijf te zorgen?
Dat dit een vanzelfsprekendheid wordt?
De kwaliteit van muziekonderwijs zal hierdoor posititief beïnvloed worden en aan kracht winnen.
De leraar kan hierbij een essentiele plek innemen. Hij/zij zou tijdens de lessen de leerling kunnen attenderen een betere houding en techniek toe te passen om zodoende overbelasting te voorkomen.
Deze correctie zal uiteraard een gunstige invloed uitoefenen op deze techniek en toon.
Daarvoor is niet alleen kennis van muziek van belang, maar tevens basiskennis van het lichaam.
In het bijzonder anatomie en fysiologie.
De leraar kan signaleren of er iets dreigt mis te gaan: ligt dit aan houding( innerlijk zowel uiterlijk) of aan anatomisch onmogelijke posities van het instrument of techniek?
Is er een structurele afwijking, zoals een verschil in beenlengte of een scoliose (zijwaartse kromming in de wervelkolom), is iemand hypermobiel?
Al deze factoren spelen een belangrijke rol.
Jongere leraren zijn beter bekend met de omgang van het lichaam. Zij herkennen sneller
wanneer zij zelf een probleem kunnen oplossen of iemand moeten doorsturen
naar een professionele hulpverlener.
Bij symptomen als pijn, tintelingen, krachtsverlies, scheefstand van de rug etc. is het zaak om alert
te zijn en te blijven en een in resultaat achterblijvende leerling bijtijds door te sturen.
Er zijn verschillende artsen en therapeuten die zich speciaal richten op musici.
De diagnostiek en behandeling van musici vereist van professionele hulpverleners, niet alleen medische, maar ook muziekinstrumenttechnische kennis. Deze ervaringsdeskundigen kunnen de musicus uiteraard efficiënter helpen.
Bij twijfel kunt u als leraar beter iemand te vroeg dan te laat doorsturen.
Enkele voorbeelden:
- Vioolleraar zegt tegen leerling:’ Je moet de bovenrug strekken’ en vervolgens wordt de viool naar buiten gebracht en komt daardoor teveel opzij van lichaam,..
Gevolg: onnatuurlijke positie lichaam, afname van toonkwaliteit want strijken wordt bijna onmogelijk, leerling heeft pijn in nek of schouder, frustratie…demotivatie…
- Iedere leerlingen moet van leraar dezelfde (duim, schouder) steun gebruiken, als een standaardconcept.
Dat is nu eenmaal onmogelijk, want ieder lijf is anders en reageert verschillend.
- Kijken naar instrument, vingers, met als gevolg klachten van nek, ademhaling: maar je speelt immers niet met je ogen, maar met je hart, durven los te laten en te vertrouwen dat de vingers het zelf weten: De reflex van de natuurlijke, niet gecontroleerde motoriek.
Er zijn meerdere behandelings mogelijkheden en methoden.
Het is van belang om als therapeut uit te kunnen gaan van zoveel mogelijk verschillende invalshoeken. Iedere musicus maakt de keuze wat voor hem het best passend is.
Musiceren is topsport. Ook daarbij is onderhoud geschoeid op deskundige en professionele begeleiding niet overbodig, zelfs een vanzelfsprekendheid.
Het zou geen overbodige luxe zijn, wanneer musici in ieder geval over enige basiskennis zouden beschikken betreffende de complexitiet van het ( hun) lichaam.
Zelf bemerk ik als ex-musicus en therapeut mensendieck dat deze behandeling voor musici goed aansluit bij de muziekstudie. De therapie gaat uit van de totale mens (holistisch beeld). Tijdens spelen van het instrument wordt de houding en wijze van bewegen uitgebreid onder de loep genomen. De invloed van de muzikale expressie en stress voor optredens worden hierbij betrokken.
Binnen de individuele behandeling kan de student uiteindelijk zijn eigen specifieke bewegings-en spanningspatronen leren herkennen en daardoor verbeteren.
Binnen een groep leren studenten van elkaar, samenwerking en herkenning kan stimulerend werken.
Door te luisteren naar het lijf kunnen veel klachten voorkomen worden en wordt dit uiteindelijk vanzelfsprekend, een automatisme.
Het uiteindelijk doel:
Vrijer musiceren, meer ontspanning in techniek en toon, geinspireerd door een harmonieus lichaam.
Uw lichaam is uw mooiste instrument.

0 Responses to “Muzikaal lijf”